De staatssecretaris geeft in een besluit aan onder welke omstandigheden een stelselwijziging voor wat betreft de waardering van bedrijfsmiddelen in verband met dreigende verliesverdamping is toegestaan. Ook geeft hij aan op welke andere wijzen op een geoorloofde manier verliesverdamping kan worden tegengegaan.


Het gaat daarbij om:
  1. het realiseren van stille reserves door middel van een verkoop van een bedrijfsmiddel met stille reserves aan een ongelieerde partij of aan een (nieuw opgerichte) gelieerde partij (bijvoorbeeld een dochtervennootschap);
  2. een ruisende juridische afsplitsing.

Het is daarbij toegestaan dat de verkoop of afsplitsing wordt gevolgd door terughuur van het desbetreffende bedrijfsmiddel (sale lease back). Noodzakelijk hierbij is dat de overdracht en de huur tegen dezelfde voorwaarden plaatsvinden als tussen onafhankelijke partijen. Ook is het mogelijk de (nieuw opgerichte) dochtervennootschap dan wel de afgesplitste vennootschap vervolgens op te nemen in een fiscale eenheid.

Bovenstaande methoden om stille reserves te realiseren kunnen alleen als later geen rechtshandeling plaatsvindt die de eerdere civielrechtelijke wijzigingen in feite weer ongedaan maakt, zoals terugoverdracht van de economische eigendom of een juridische fusie (binnen fiscale eenheid).
Het besluit bevat verder nog twee goedkeuringen. De eerste goedkeuring heeft betrekking op de situatie dat een ondernemer/onderneming voor 2007 (het jaar waarin de onbeperkte voorwaartse verliesverrekening werd omgezet in een beperkte voorwaartse verliesverrekening van negen jaar) willekeurig op bedrijfsmiddelen heeft afgeschreven. De willekeurige afschrijving heeft in dat geval tot een grotere afschrijvingslast geleid, die kan hebben bijgedragen tot een (groter) te verrekenen verlies. Onder voorwaarden kan de willekeurige afschrijving worden omgezet in een reguliere (gelijkmatige) afschrijving. Daartoe moet voorr 31 december 2012 een verzoek bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend voor toepassing van de goedkeuring.

De tweede goedkeuring heeft betrekking op de behandeling van een te laat gemaakte keuze voor de verruimde achterwaartse verliesverrekening (carry back). Met ingang van 2007 kunnen verliezen in de vennootschapsbelasting nog maar één jaar worden teruggewenteld. In verband met de kredietcrisis kunnen voor de jaren 2009 tot en met 2011 de verliezen op verzoek drie jaren worden teruggewenteld. Als daarvan gebruik wordt gemaakt wordt de termijn van voorwaartse verliescompensatie teruggebracht van negen tot zes jaren.

In de praktijk blijken nogal wat ondernemingen te laat te zijn geweest met het kiezen voor de verruimde carry back omdat de aanslag al onherroepelijk vaststaat. Ondernemingen komen onder voorwaarden alsnog in aanmerking voor de verruimde carry back. Daartoe moet het verzoek om verruimde carry back uiterlijk 31 december 2012 bij de inspecteur zijn ingediend.

Het besluit is op 1 maart 2012 in werking getreden en werkt terug tot en met 16 februari 2012. Het voorgaande besluit over dit onderwerp uit 2000 is per 1 maart 2012 ingetrokken.
 
 
Over twee maanden moet de angifte inkomstenbelasting 2011 ingevuld en ingeleverd zijn. Geen verrassing, maar soms kan het geen kwaad om er eens iemand anders naar te laten kijken. Of heeft u gewoon geen zin om het formulier zelf in te vullen.

Denker vult het formulier (eventueel inclusief het formulier van uw partner) in voor € 75,= inclusief BTW (loondienst).
Bent u ondernemer en heeft u de administratie zelf bijgehouden dan kost het invullen van de aangifte inkomstenbelasting voor ondernemers (eventueel inclusief het formulier van uw partner) € 230,= exclusief BTW.

Heeft u geen administratie bijgehouden en heeft u geen personeel in dienst? Dan kost de volledige administratie inclusief de aangiften inkomstenbelasting voor u en uw partner € 750,= exclusief BTW.

Het eerste kennismakingsgesprek is gratis en vrijblijvend.
 
 
De titel alleen al is dubieus: zijn we immers niet zelf de overheid?


Hoewel via een systeem dat de burgers de verantwoordelijkheid afschuiven naar politici door één keer per 4 jaar te stemmen is het in de kern nog steeds zo dat de burgers de ambtenaren en politici betalen om bepaalde taken ten behoeve van ons, de burgers, uit te voeren.
Dus eigenlijk zou de titel moeten luiden: de (on)betrouwbaarheid van de burgers.

Het artikel heeft echter deze titel meegekregen omdat u zowel als ondernemer of als belastingbetalende burger altijd rekening moet houden met koerswijzigingen. 
Een klein voorbeeld moge zijn de manier waarop tegen de lijfrenteaftrek wordt aangekeken: aanvankelijk een eenvoudige constructie waarbij redelijk willekeurige bedragen aftrekbaar waren van het inkomen, omdat de uitkering te zijner tijd belast zou worden.
Tot wat handige belastingadviseurs ontdekten dat via België een soort blijvende belastingvrijstelling te regelen viel.
En de tonnen daarheen geboekt werden.

Die ontdekking markeerde het begin van een stapsgewijze afbouw van het systeem van lijfrenten, van een systeem om in je eigen oudedagsvoorziening te voorzien naar een systeem dat nog maar een schimmig restant is van wat het eens was.

En markeerde ook de onbetrouwbaarheid van de overheid, als wetgever, als baken om daar je koers op vast te zetten. 

De belastingbetaler anno 2012 is genoodzaakt om natuurlijk ook naar de wetgeving te kijken. Vergeleken met een rivierenlandschap noemen we die wetgeving maar de winterdijken.
Maar veilig varen kunnen je alleen binnen de bakens, de ethiek, de leer van en het gevoel voor goed en kwaad. En dan nog met een zekere marge. En er ligt een vaak grote afstand tussen de winterdijk en het groene of rode baken!

In uw belastingplanning zult u dus van die bakens moeten uitgaan en niet alleen van de winterdijken van de wetgeving. Uw gevoel voor ethiek en wat goed en slecht is zal dus een medebepalend element zijn om te bepalen tot hoever u de grenzen van de fiscaliteit opzoekt.

Maar u moet niet verbaasd zijn als u binnen de kaders van de wet op grond van "fraus legis" alsnog aan de grond loopt. Daarnaast levert het fiskaal ethisch handelen ook een gemoedsrust op: en dat heeft een onschatbare waarde voor wie daar gevoelig voor is.


 
 
De Eerste Kamer heeft op 20 december ingestemd met het Belastingplan 2012, het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2012, de Wet uitwerking autobrief en de Geefwet. Dat betekent dat per 1 januari belastingtarieven wijzigen.


In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financiën staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2012.

Dit eindejaarsbericht telt negen hoofdstukken:

  1. Inkomstenbelasting
  2. Loonbelasting
  3. Afdrachtverminderingen loonbelasting
  4. Schenk- en erfbelasting
  5. Belastingen op milieugrondslag
  6. Autobelastingen
  7. Vennootschapsbelasting
  8. BTW en accijns
  9. Overige

De inflatiecorrectie voor 2012 leidt tot een bijstelling van de daarvoor in aanmerking komende bedragen met 1,7 procent.

 
 
De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet daalt van 7,75 procent in 2011 naar 7,1 procent in 2012. De verlaagde bijdrage gaat van 5,65 naar 5 procent. Dit staat te lezen in de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij de nominale premie wordt een stijging geraamd van gemiddeld 1.211 euro in 2011 naar gemiddeld 1.222 euro in 2012.
De belangrijkste oorzaak voor de mutatie van de inkomensafhankelijke bijdrage resulteert uit de wet uniformering loonbegrip. In het kader van die wet is besloten om de premiegrens van de inkomensafhankelijke bijdrage gelijk te stellen met de (sterk hogere) premiegrens van de werknemersverzekeringen. Dit leidt tot fors lagere administratieve lasten. In samenhang met de hogere premiegrens zijn de percentages verlaagd, zodat de macro-opbrengst niet verandert. Het eigen risico gaat in 2012 van 170 naar 220 euro.
 
 
Gehuwden
Als u gehuwd bent en niet van tafel en bed gescheiden, bent u fiscaal partner. Dat was zo en dat blijft zo.

Samenwoners
Voor samenwoners is het allemaal wat gecompliceerder. Tot en met 2009 kon men veelal kiezen. Indien woonachtig op hetzelfde adres, kon men al naar gelang de fiscale mogelijkheden kiezen om elkaars fiscale partner te zijn. Vanaf 2010 is deze keuze niet meer mogelijk. Men is fiscaal partner als:

  • er sprake is van een samenleving van ongehuwde meerderjarige personen, die een notariële samenlevingsovereenkomst hebben gesloten;
  • er een kind uit de relatie is geboren of er een kind van de partner erkend is;
  • de partner in de pensioenregeling is opgenomen.
Met ingang van 2012
In 2012 geldt er een verruiming voor samengestelde gezinnen. Bovenstaande criteria blijven in stand, maar ook als er een minderjarig kind van één van de samenwoners in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven op het gezamelijke woonadres, is er sprake van fiscaal partnerschap. Er is dan ook geen keuze meer! Er is enkel een tegenbewijsregeling voor situaties van (onder)verhuur in het leven geroepen. Met deze bepaling wordt beoogd te voorkomen, dat samengestelde gezinnen in aanmerking zouden komen voor extra fiscale voordelen, die andere gezinnen niet hebben.

Gevolgen
Het partnerbegrip heeft ook gevolgen voor andere fiscale regelingen, zoals bijvoorbeeld de aanmerkelijk belangregeling bij aandeelhouders met een belang van 5% of meer en de terbeschikkingstellingsregeling.

Doordat samenwoners in 2012 ineens parter zijn, kan er een aanmerkelijk belangsituatie ontstaan, indien de 5% grens (voor partners gezamelijk) wordt bereikt. In plaats van box 3 is het aandelenbelang dan een box 1 bestanddeel geworden met heel andere fiscale consequenties!

Ook valt mogelijk een aan de onderneming van de partner verhuurd pand niet meer in box 3, maar in box 1, als die partner in 2012 ineens ook fiscaal partner is. Ook hier zijn de fiscale gevolgen fors en is het goed om hier even over na te denken!