Vandaag wil ik u graag het eerste deel van een vraagstuk voorleggen: Het lijkt simpel, maar in het tweede deel wil ik deze redenerng doortrekken naar de grote economie:

U en ik hebben ieder € 5,=, de kleding en de boterhammen voor vandaag. Als veronderstelling hebben we verder niets. U heeft lekkerder boterhammen en ik betaal daar € 5,= voor. Tot hier is er niets aan de hand. Het probleem begint pas als u € 50,= vraagt. Om te beginnen is het geld er niet, maar ik zou het kunnen drukken. U maakt winst, maar maakt u eigenlijk wel winst?
Denkt u even goed na over dit geval?

 


Comments




Leave a Reply